|
Kiezen voor een nestje Allereerst is het belangrijk om goed stil te staan bij wat je de komende periode te wachten staat. Je moet je realiseren dat een nestje kan bestaan uit 6 beertjes, die allemaal evenveel recht hebben op een goed huisje. Kun je daar wel een baasje voor vinden? En zolang je die nog niet hebt, kun je dan zelf nog wat extra kooien kwijt om de beertjes in te houden? En als je wel voldoende geïnteresseerden hebt in een baby, heb je dan ook eraan gedacht wat je doet als iemand toch afziet van een reserevring, en je dus nog wat langer met een extra cavia zit? En tot slot: vergeet niet dat een bevalling ook mis kan gaan en je dus je zeugje én de baby’s kunt verliezen. Een koppeltje samenzetten Als je voor een nestje kiest, is het wel slim om de juiste verparing op het juiste moment te maken. Zorg ervoor dat je de achtergrond van je zeugje kent, en dat je een niet te verwante beer hebt. Broer en zus aan elkaar verparen is uit den boze. De zeug kan al met 4 weken vruchtbaar zijn, maar wanneer een zeugje zo’n 5 maanden oud is en rond de 850 gram weegt is zij op een mooie leeftijd voor haar eerste nestje. Een zeugje dat een slechte start heeft gehad of erg klein blijft, is beter niet te gebruiken voor de fok. Zorg ervoor dat het eerste nestje geboren wordt in het eerste levensjaar van de zeug: na 12 maanden gaat het bekken langzaam verharden. Dit wil zeggen dat er bij een bevalling niet genoeg ruimte kan worden gemaakt om de jonkies door te laten, waardoor je meestal zowel de moeder als de jonkies verliest. Voor een beer zijn er weinig grenzen aan gewicht en leeftijd: een beer kan op iedere leeftijd dekken. Wel is het slim om een beer te kiezen die een goede start heeft gehad zonder ernstige gezondheidsproblemen. Hou er ook rekening mee dat een beer die bij een andere beer woont, na een dekking in 9 van de 10 gevallen niet terug bij zijn oude vriendje kan gaan wonen. Dit mondt meestal uit in een vechtpartij. De zwangerschap Iedere 16 à 18 dagen is een zeugje vruchtbaar. Laat haar dus minstens een ruime maand met een beer samenwonen, dan ben je zeker dat ze twee keer vruchtbaar is geweest. De meeste mensen laten de beer bij de zeug zitten tot ze duidelijk baby’s in de buik voelen. Laat de beer niet té lang bij de zeug zitten! Direct na de bevalling is zij opnieuw vruchtbaar en de beer zal haar dan ook gelijk nadekken, wat meestal niet ideaal is voor de conditie van de zeug. Een zwangerschap duurt zo’n 68 dagen gemiddeld. Als je een dekking hebt gezien, kun je vanaf dat moment gaan tellen, anders wordt het gokken. Rond de 5 weken zijn, als je zachtjes voelt, de baby’s voelbaar als knikkers in de buik van de moeder. Vanaf 6,5 tot 7 weken gaan de baby’s voor het eerst schoppen. Dit kun je voelen als je je handen stil tegen de buik van je zeug houdt. Vanaf 8 weken wordt het trappelen echt duidelijk en is het niet meer te missen. Met deze richtlijn kun je ongeveer bepalen wanneer je zeugje moet bevallen. Tijdens de zwangerschap is het van belang dat je zeugje zo veel mogelijk rust om zich heen heeft. Als ze het goed kan vinden met een ander zeugje kun je ze samenzetten, maar wissel niet teveel van hokgenootjes. De meeste zeugen bevallen het liefst in een zo rustig mogelijke situatie. Wissel niet van hardvoer en zorg dat er genoeg hooi te eten is. Ook vitamine C is heel belangrijk, geef verse groentes zoals witlof en paprika. Vermijdt peterselie, dit kan de bevalling vroegtijdig opwekken. De laatste weken van de zwangerschap komt de zeug fors aan. Héél grof gezegd kun je per 100 gram die je zeug aankomt ongeveer één baby rekenen, maar het is nooit precies te zeggen hoeveel baby’s er in een buik zitten. De bevalling Wanneer een zeugje bijna gaat bevallen, breekt ook bij de baasjes vaak een spannende tijd aan. Als je een dekking hebt gezien en weet op hoeveel dagen dracht je zeug precies zit, ga dan niet panieken als dag 70 gepasseerd is. Sommige zeugen bevallen pas op dag 73 of 74. Zolang de baby’s schoppen en de zeug gezond oogt, zit er niets anders op dan ongeduldig verder te wachten. Een keizersnede is een immens risico en zeer onverstandig als de zeug niets vreemds vertoont. Het is niet precies te zeggen wanneer een zeug bevalt, maar zij zal meestal een rustig moment uitzoeken zonder pottekijkers om zich heen. Een zeug kan fanatiek van haar hooi eten, om 2 minuten later te gaan bevallen. Als de weeën beginnen, trekt een zeug haar buik samen en komt hierbij wat omhoog, een soort van ‘hik’-beweging. Al snel begint ze te persen en komt de eerste baby naar buiten. Bij een soepele bevalling haalt de zeug direct het vlies van de baby af en eet dit op, om vervolgens de baby droog te likken. Vrij snel zal de volgende baby komen, die ze ook snel schoonlikt. Als alle baby’s eruit zijn, volgen de moederkoeken, die meestal geheel worden opgegeten. Van begin tot eind is een moedertje vaak een half uur intensief bezig met schoonlikken en haar nest opruimen. Als je een bevalling mist, merk je weinig anders dan een paar rode hooisprietjes en een paar babycavia’s erbij! In een gemiddeld nestje zitten 2 tot 4 baby’s. De pasgeboren baby’s Caviababy’s komen helemaal klaar ter wereld. Ze hebben een dik vachtje, hun oogjes staan open en al vanaf het eerste moment kunnen ze véél geluid maken! Je mag de baby’s direct na de bevalling oppakken, dit kan geen kwaad voor de band tussen de moeder en de kinderen. Zeker met meerdere baby’s is de moeder te druk om het te merken. De pasgeboren baby kun je in je handen nemen om snel te wegen en om het geslacht te bekijken, hoewel het voor eenonervaren persoon lastig kan zijn om dat direct te bepalen. Een gezonde caviababy weegt tussen de 75 en 110 gram. De baby’s zullen vrij snel bij hun moeder gaan drinken en de eerste dag proberen zij al wat mee te eten van het hooi, wat heel erg lief is om te zien. De zoogperiode Een betrokken moeder is de eerste weken heel druk met haar baby’s. Zij zal ze vaak likken en veel laten drinken. Na of tijdens het drinken zal de moeder ook rond het geslachtsdeel van haar kleintje likken. Dit doet zij om de darmpjes van de baby te stimuleren. Een zeug levert bij haar eerste nestje vaak veel in: ze worden een stuk dunner, krijgen een bolle rug van al het zogen en verliezen bossen met haar, zeker bi langharige cavias valt dit goed op. Als alles gezond is gaat de zoogperiode vanzelf: de baby’s gaan langzaam steeds meer normaal eten en steeds minder bij hun moeder drinken. 4 weken later Als de baby’s 4 weken zijn en 275 à 300 gram wegen moeten de beertjes van hun moeder worden gescheiden. Zij kunnen dan al vruchtbaar zijn en hun moeder of zusje(s) dekken. Zorg dus dat je met 4 weken de geslachten weet. Een goede dierenarts of een fokker uit de buurt kan je helpen met het bepalen hiervan. Ga liever niet naar een dierenwinkel, hoewel er ook genoeg goede dierenwinkels zijn, worden er in veel dierenwinkels ook veel fouten gemaakt met de geslachten van de baby’s. Met 300 gram mogen de baby’s ook verhuizen naar hun nieuwe baasjes. Zeugjes kunnen in principe hun hele leven bij hun moeder blijven, maar je zult merken dat de moeder ze na een week of 5 niet meer laat drinken en soms ook naar ze gaat snauwen. Op den duur weten gedragen ze zich gewoon als hokgenoten, de moeder-dochterband verdwijnt als de ukken zelfstandig genoeg zijn. Het tweede/volgende nestje Een gezonde zeug heeft er geen moeite mee meerdere nestjes in haar leven groot te brengen. Het is verstandig om even te wachten na het eerste nest tot zij weer op haar normale gewicht is gekomen en goed in haar vacht zit. Ze moet lekker stevig voelen voor ze weer bij de beer mag. Als een zeug slecht hersteld van de dracht, is het niet verstandig haar nog een nestje te laten krijgen. Sommige zeugen staan hun zoogperiode echter heel goed door en zijn vrijwel direct terug in conditie om bij de beer te gaan. Wacht met deze zeugen dan ook niet té lang voor zij teruggaan bij de beer, er kan dan snel vervetting ontstaan waardoor de risico’s van een zwangerschap te groot worden. Kort gezegd is er geen verplichte rusttijd tussen twee nestjes: de ene zeug is gebaat bij driekwart jaar rust, de andere zeug zou na driekwart jaar te vervet zijn om nog bij de beer te mogen. Wanneer je twijfelt, neem dan contact op met een ervaren fokker in de buurt. Rond de 3 jaar is een mooie pensieonleeftijd voor een zeug waar mee gefokt is.
|